Ik reis tegenwoordig regelmatig naar Leeuwarden. En als ik terugloop naar de bus, dan kom ik hem vaak tegen, zittend op een bankje. Beschut.
Ik weet niet of hij dakloos is, of op een andere manier aan de rand van de samenleving is komen te staan. Ik ken zijn verhaal niet. Weet niet wat hij meedraagt aan pijn, verlies, oordeel, wantrouwen, noem maar op.
Wat ik wel weet, is dat hij vaak aandacht zoekt van zijn medemens, vanaf de plek waar hij zit.

Veel mensen lopen hem zonder op- of omkijken voorbij. Dat deed ik eerst ook. Totdat ik zag dat hij mij bewust aankeek. Dus ik zwaaide, met een glimlach op m’n gezicht. Hij lachte en zwaaide terug.
Vandaag liep ik weer langs hem. Ik lachte breed, zwaaide en zei hem gedag. Hij reageerde met een lach – herkenning – en een tik met zijn vuist op zijn hart.
Oprecht. Geraakt.
En dat raakte mij weer…
We zijn allemaal mens. Waar je ook staat, hoe het ook met je gaat, hoe moeilijk of gemakkelijk je het ook hebt. En als mens hebben we één ding gemeen:
We willen gezien worden.
Dat begint al als je geboren wordt en het eindigt misschien pas (dat weet ik nog niet) als je doodgaat.
Dus besteed eens aandacht aan je medemens. Juist aan degenen die door de samenleving vaak niet worden gezien en daarom misschien extra hard die herinnering nodig hebben:
Ik ben mens.
Ik word gezien.
Ik hoor erbij.
